Kunstacademie voor volwassenen

De kleur van verf

Kleur is voor mensen altijd belangrijk geweest en daarom ook een belangrijk onderdeel in de kunst. Het is bepalend voor de sfeer en het gevoel wat een schilderij overbrengt. Kleur geeft een emotie en ondanks dat er aan kleuren allerlei eigenschappen zijn verbonden, is de betekenis ervan ook cultuur bepaald. Bovendien blijft het gevoel wat je erbij krijgt natuurlijk puur subjectief.

De kleurstoffen en pigmenten voor verf worden tegenwoordig veel kunstmatig geproduceerd, dus niet meer uit mineralen, planten of dieren zoals vroeger.

Geschiedenis van verf en pigment

Het gebruik van verf gaat ver terug tot in de prehistorie. De oudste schilderingen zijn meer dan 15.000 jaar oud en te zien op de wanden van grotten in Frankrijk. In deze grotten zijn verschillende dieren getekend zoals bizons, zwijnen, paarden en herten.

Men maakte de verf van gekleurde aardpigmenten, zoals rode oker, een rood pigment dat afkomstig is van ijzerhoudend gesteente. Van fijngemalen dierenbotten of krijt maakten ze pigmentpoeder voor witte verf en verkoold hout voor zwarte verf. Deze pigmenten werden gemengd met water, speeksel of dierenvet om het smeerbaar te maken.

Kleuren verf bij grotschilderingen in de prehistorie

De Egyptenaren gebruikte in 2800 voor Christus verf om de sarcofaag te schilderen en zij ontdekte nieuwe pigmenten zoals blauw en groen, dat werd gemaakt uit gesteentes.

De Grieken en Romeinen namen veel over van de Egyptenaren, zoals het maken van fresco’s (muurschilderingen waarbij de verf direct op de natte kalk wordt aangebracht). Ze gebruikten ook dezelfde pigmenten, maar vonden ook zelf allerlei nieuwe ingrediënten om kleuren te maken.

Van waterverf naar olieverf

Eeuwenlang maakten ze verf door de pigmenten te mengen met eigeel en water. Pas in de 15e eeuw gingen ze olie gebruiken als basis voor de verf. De kleuren werden hierdoor helderder en frisser. Een groot voordeel was dat de verf niet zo snel opdroogde, waardoor schilders meer de mogelijk kregen preciezer te werken. De schilder Jan van Eyck was één van de eerste schilders die veel met olieverf werkte en staat bekend om zijn naturalistische weergave van de werkelijkheid.

Schilderij van Jan van Eyck

De manieren om pigmenten en kleurstoffen voor de verf te winnen werden lange tijd vaak strikt geheimgehouden. Het was ook niet altijd even fatsoenlijk, diervriendelijk of humaan.

Het winnen van pigmenten

Purper

Purper (of Tyrisch purper) is een paarsrode verfstof dat werd gewonnen uit kleine zeeslakjes. Deze kleur was het teken van rijkdom, smaak en aanzien en werd de traditionele koningskleur.

Het verkrijgen van de kleurstof verliep traag. Eerst moest de slak uit het huis worden gehaald, daarna de pigment-bevattende klier worden losgesneden en geopend. De klier laat daarbij een kleurloze vloeistof los. Pas blootgesteld aan de lucht verandert de vloeistof van geel tot purper.
30.000 slakken leverde maar 4 gram zuivere kleurstof op, goed voor 1 pond verf. Door het lastige proces en het hoge sterftecijfer onder de slaven die naar de slakken moesten duiken, was purper extreem duur. Geverfde stof was wel zo’n tien tot twintig keer duurder dan goud van hetzelfde gewicht.

Tegenwoordig wordt purper alleen nog in kleine hoeveelheden gewonnen (marktprijs is € 2500,- per gram) en enkel nog bij restauratiewerkzaamheden gebruikt.

Indisch Geel

Indisch Geel is warme goud-gele kleur. Hoe deze kleur nu precies gewonnen werd blijft een raadsel. De bolletjes pigment die vanuit Azië naar Europa werden gestuurd stonken verschrikkelijk. Het was altijd zeer geheim waar het pigment vandaan kwam. Uiteindelijke werd er ontdekt dat er in een dorpje koeien waren die enkel mangobladeren te eten kregen waardoor de urine knalgeel kleurde. Deze urine werd gekookt zodat ze er uiteindelijk bolletjes van konden rollen. De koeien werden zwaar verwaarloosd voor dit pigment en vanwege de heilige status van de koe werd deze methode in 1908 verboden.
Dit verhaal wordt echter wel in twijfel getrokken. Maar of het nu waar is of niet, het natuurlijke pigment is inmiddels vervangen door synthetische alternatieven.

Sepia

De donkerbruine verfkleur kwam van de inkt van inktvissen. Om het pigment te winnen werden de inktzakken van de inktvis (de zeekat Sepia officinalis) losgesneden en gedroogd. De ingedroogde inkt kon zonder verdere behandeling makkelijk tot pigmentpoeder vermalen worden.
Sepiainkt werd ook in de klassieke oudheid gebruikt als schrijfinkt.

Karmijn

Het rode pigment karmijn wordt al eeuwenlang door de Inca’s en Azteken gewonnen uit het bloed van cochenilleluizen. De luizen worden van de cactus afgeschept, waarna ze geplet worden en het bloed eruit gefilterd. Om een kilo kleurstof te kunnen maken zijn er maar liefst 80.000 tot 100.000 schildluizen nodig.

Spanje ontdekte dit dure, zeer gewilde pigment en dit is ook één van de reden dat zij bij overname een aantal grote heersers uit het Zuiden compleet geëlimineerd hebben. Het pigment was kostbaar, het had dezelfde waarde als zilver. De Spanjaarden hebben nog lang geheim kunnen houden waar ze het prachtige rood vandaan haalden.

In de schilderkunst is de rode verf al een tijdje een synthetische imitatie, maar de luizen worden nog steeds verwerkt tot de kleurstof E120. Dit wordt vooral toegevoegd aan vruchtentoetjes (zoals aardbeienyoghurt of frambozenpudding), milkshakes, drankjes (zoals Fristi) of aan koeken (zoals roze koeken). Ook wordt deze kleurstof gebruikt om vlees er roder uit te laten zien. De kans is dus groot dat ook jij dagelijks via je eten en drinken de kleurstof binnen krijgt die afkomstig is van Cochenille schildluizen.  

groen (Koperwaterstofarseniet of Scheelesgroen)

Tijdens een experiment ontdekte de Zweedse wetenschapper Carl Wilhelm Scheele rond 1775 bij toeval Koperwaterstofarseniet. Dit doperwtjesgroen werd meteen een hit.
Men wilde de hele kamer vol met behang in deze kleur, jurken en bedlinnen moesten groen en schilders en tekenaars gebruikten dit pigment. Totdat er toch wel hele verdachte sterfgevallen waren… Mensen kregen symptomen van vergiftiging: misselijk, overgeven, diarree, uitslag en lusteloosheid – met fatale gevolgen.
Er zat namelijk een grote hoeveelheid arsenicum in dit pigment. Waarschijnlijk om te verhullen dat dit erin zat, werden er nog allerlei fantasienamen aan het pigment gegeven. Vreemd genoeg is er nooit een wet gekomen om dit pigment te verbieden, uiteindelijk is het gewoon uit de mode geraakt.

Loodwit

Loodwit is al vanaf ca. vierhonderd jaar voor de jaartelling ontdekt en daarmee één van de oudste kunstmatige pigmenten.

Sinds er wordt geschilderd is dit altijd één van de belangrijkste pigmenten geweest. Grote meesters schilderden hiermee, denk bijvoorbeeld aan Rembrandt. Hoewel de dekkracht niet erg groot was, werd deze vooral populair door de mooie warme witte kleur en de sterkte van de verf. Loodwit is een korte verf, waar een schildertoets mooi in blijft staan. Een bekende moderne schilder die nog gebruik maakte van deze verf was Lucian Freud, die zijn beroemde toetsen en sporen in deze verf achterliet.

Het loodwit had echter wel een zwarte kant. De schadelijkheid van lood voor de gezondheid.
De grondlegger van de arbeidsgeneeskunde (de Italiaan Bernardino Ramazzini) herkende de loodvergiftiging als beroepsziekte bij kunstschilders en glazuurwerkers en adviseerde maatregelen. Zijn adviezen werden in de wind geslagen. Kort daarna werd de witte schmink zeer modieus, daarin zat ook loodwit. Met gevolg ernstige irritaties, pijnlijke ogen, puisten en zelfs vroegtijdige dood. Wie mooi wil zijn…

Deel dit bericht met anderen:
2 Reactie's

Geef een reactie